Wat gaat er komende tijd veranderen?

Wat gaat er komende tijd veranderen? Sinds een aantal weken zien en horen we de vraag steeds vaker voorbij komen. Al langer leidde de vraag steevast tot bespiegelingen over duurzaamheid, robotisering, vergrijzing & verkleuring en globalisering. Veelal in een context van een snel veranderende samenleving, met horizons van 2030 en 2050, ingebed in SDG faseringen en CO2 reductie-planningen.

Wat gaat er komende tijd veranderen? Afgelopen maanden lijkt het gevoel van urgentie om te veranderen, dat evident al aanwezig was, een stevige astmatische aanval te hebben gekregen. Veel van de verander gesprekken gaan over de enorme impact die de quarantaine heeft op ons ecosysteem (“zie je wel, de aarde redt zich zelf” hebben we al verscheidene toch doorgaans intelligente mensen zien beweren), het einde van Europa en de wereldeconomie en een definitieve verandering van de manier waarop we werken. In de tussentijd lijkt een tweestrijd te ontstaan tussen economie en gezondheid, alsof dat tegenpolen van elkaar zijn. 

Wat gaat er komende tijd veranderen? Private equity partijen zijn naarstig op zoek naar bargains en bedrijven om op te kopen. Het sterkt onze vrees dat deze tijd wel eens de kloof tussen rijk en arm nog verder versterkt. Het wat ordinaire geblaat over het heropenen van de economie, om “ondernemers een kans te geven om te overleven”, versterkt het beeld dat ondernemers rechtse egocentristen zijn die ten koste van alles hun bonus en dividend wensen veilig te stellen. En dat is zeker waar voor een hele kleine groep. Het extrapoleert het beeld dat verantwoord en ondernemen twee woorden zijn die in een lang verleden nog wel eens samen leken te gaan. Moeten we niet juist nu enorm versnellen op verantwoord ondernemen? 

Wat gaat er komende tijd veranderen? De kans is nihil dat we zometeen massaal een andere manier van werken, zonder ecologische en economische vervuiling en met bescherming van de zwakkeren in onze samenleving integraal geadopteerd hebben. Tenzij we daar nu actief toe besluiten. Dat gaat alleen maar gebeuren als we daar de dialoog over voeren en bereid zijn gezamenlijk naar te handelen. Daar past níet een besparing van miljarden op onderwijs bij (sterker, als je daar langer dan 4 minuten over nadenkt, dan kan je niet anders dan tot de conclusie komen dat die besparing volstrekt achterlijk is). En misschien past daar wél een investeringsfonds bij die ondernemingen die opkomen voor de minder kansrijken, buitenproportioneel beloont. Tientallen miljarden voor social investment. We zien het wel voor ons. 

Wat gaat er komende tijd veranderen? Als we nu onze morele waarden in de uitverkoop doen, en passant meewerken aan het verder verrijken van een klein groepje, Europa in de uitverkoop doen en denken dat duurzaamheid opgelost wordt doordat we een paar maanden niet in een auto rijden, dan verandert er komende tijd veel. En als we het tegenover gestelde besluiten, dan verandert er nog veel meer. Dat vraagt een denken waarin het collectief belang van onze kleinkinderen centraal staat. Dat vraagt om matiging van pensioenen, winstbelasting voor Shell, een duurzaamheidsbeleid dat de economie versnelt, een economisch beleid dat duurzaamheid versnelt en een maatschappelijk beleid dat de kwetsbaren beschermt. Dat vraagt om lef en doorzettingsvermogen. Het kan anders. Zullen we?