Een robot is ook maar eens mens….

Arianne van de Loosdrecht

Robots zijn niet meer uit ons leven weg te denken. Vaak worden ze gezien als de vijand die de wereld gaat overnemen. Hoe terecht is dat beeld? En hoe is de relatie tussen mens en robot nu eigenlijk echt? Hoe ziet de interactie op sociaal gebied er precies uit? Is het een haat-liefdeverhouding of ligt het toch wat genuanceerder?

Robots zijn nog ver weg van gelijkheid aan de mens. Toch zien mensen robots snel als gelijken wanneer het uiterlijk van de robot menselijke kenmerken heeft. De relatie tussen mens en robot is daardoor bijzonder. Er wordt continu geprobeerd een robot te maken die qua intelligentie gelijk is aan de mens. De ‘turingtest’ is echter nog nooit echt gehaald.  Deze in 1950 door Alan Turing bedachte test maakt duidelijk of een robot intelligent gedrag kan vertonen dat vergelijkbaar is met menselijk gedrag. Hiervoor moet er een dialoog zijn tussen mens en machine. Om te slagen moet de mens ervan overtuigd zijn dat hij met een ander mens communiceert.

In 2014 claimde de Russische computer met de naam Eugene Goostman te zijn geslaagd voor de turingtest. Een magere 33% van de mensen die de test ondergingen was overtuigd door de computer. Veel kritiek ontstond doordat er gezegd werd dat de computer geslaagd was ondanks dit lage percentage en de achtergrond van de robot. Eugene Goostman werd namelijk voorgesteld als een 13-jarige Oekraïense jongen met Engels als tweede taal. Dit zorgde ervoor dat de computer zich veel fouten kon permitteren.

Huidige situatie

Op dit moment zijn robots nog niet menselijk. Laten we eens kijken naar de manier waarop mensen nu om gaan met robots. Een onderzoek naar het gebruik van robots door militairen liet duidelijk zien dat er sprake was van sociale interactie. Militairen gaven zichzelf de schuld wanneer een robot een taak niet goed vervulde. Ook beschreven ze de robots als ‘hun handen’. Dat alles terwijl de robots kleine tanks waren of klauwen hadden. Het menselijke uiterlijk was ver te zoeken.

Robots met een puur sociaal doel zijn flink in opkomst. Zo moet een kleine robot met een popperig, meisjesachtig gezicht genaamd Alice bij ouderen thuis eenzaamheid oplossen. Een van de oudere dames die meedeed aan een experiment met Alice in huis, vroeg haar tijdens het tv-kijken of ze ook een tompoes lustte. Het is overduidelijk dat Alice geen mond of verteringsstelsel heeft. Toch voelt de vrouw zich verplicht om de vraag te stellen. In deze video zie je meer over Alice. En meer voorbeelden van ‘sociale robots’ vind je in de andere artikelen in deze serie.

Affectie met robots kan overgaan in verliefdheid. Deze man is zelfs getrouwd met een robot. En volgens een Britse expert op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt ook jij binnenkort verliefd op een robot. Sterker nog, hij denkt dat seks met robots in opkomst is. En volgens hem kun je beter seks hebben met een robot dan helemaal geen seks. Levensechte sekspoppen zijn al te koop, en al zijn deze nog niet erg technisch geavanceerd, het zijn de eerste stappen stappen van seks met robots.

Er zijn genoeg voorbeelden te vinden over sociale interactie met robots. Maar hoe komt het nu eigenlijk dat mensen zich hechten aan zo’n stuk plastic of metaal? Bij de militairen wordt een deel verklaard doordat de robots taken overnemen die vroeger door honden of mensen werden uitgevoerd. Bij Alice zien de mensen ogen en horen ze taal. Ons brein is daardoor al snel geneigd de ontbrekende eigenschappen in te vullen: emoties.

Relaties met robots

‘Gij zult uw robot niet liefhebben’. Dat klinkt misschien wat overdreven, maar toch rust er (nog) een taboe op het ‘houden van’ robots. Iemand die iets menselijks zegt over ‘zijn’ Siri is geen uitzondering. Het is een zij of hij, Nederlands of Vlaams, boos of aardig; allemaal eigenschappen die aan Siri worden toegeschreven. Maar als je deze persoon vraagt of hij Siri zou missen of van Siri houdt, wordt je waarschijnlijk raar aangekeken.

Waarom? Wellicht vanwege de eenzijdige aard van de relatie. Normaal gesproken verwachten we een zekere vorm van liefde van de andere persoon die een robot niet kan geven. Een andere verklaring kan zijn dat robots geen soortgenoten zijn. Soort zoekt soort is een oude, maar nog steeds moderne gedachte. In het geval van de militairen kan het zelfs gevaarlijk worden. Stel dat een van de robots wordt ingezet bij een operatie waarbij de kans groot is dat hij ‘gewond’ raakt. Als een militair op zo’n moment teveel gehecht is aan ‘zijn’ robot, kan dat een operatie in gevaar brengen.

Toch zitten er voordelen aan de sociale interactie met robots. Zo is bewezen dat mensen sneller leren met behulp van robots. Hier zijn drie voorbeelden van het gebruik van robots in leeromgevingen:

  • Zowel Yale University als de Universiteit van Twente lieten zien dat een groep die een robot kreeg beter leerde dan een groep die alleen een videobeeld van diezelfde robot zag. De robot triggerde de studenten om meer te vertellen over wat ze deden; een indicatie dat ze beter leren.
  • In Delft worden robots ingezet bij programmeerlessen. Het bedrijf Interactive Robotics geeft aan dat de robots niet beter zijn dan normale docenten, maar wel geduldiger, bijvoorbeeld omdat de robot zonder te klagen oefeningen tien keer herhaalt.
  • Kinderen met diabetes maken gebruik van een fysieke robot die hen meer leert over voeding en stressbeheersing. TNO en het UMC Utrecht lieten zien dat dit effectiever is dan het gebruik van een virtuele avatar, omdat de kinderen een sterkere vriendschappelijke band opbouwen met een fysieke robot. 

Ook hoeft de gevreesde overname van werk door robots sociaal gezien nog niet zo slecht te zijn. Ziekenhuispersoneel geeft vaak aan een erg hoge werkdruk te ervaren en te weinig tijd te hebben voor sociale interactie. Maar wat als zowel de robots als het personeel in ziekenhuizen gaan doen waar zij goed in zijn? Robots nemen dan de routinetaken van het personeel over en het personeel heeft extra tijd om wél even dat praatje te maken met hun patiënt.

De ideale robot(relatie)

Het is duidelijk dat er een vorm van sociale interactie is tussen mens en robot. Wat versterkt die interactie eigenlijk? Zoals in elke relatie zijn verbale en non-verbale communicatie essentieel. Bij mens-robotrelaties speelt er nog een andere factor: het uiterlijk. Als je een kind vraagt om een telefoon menselijker te maken plakt hij er waarschijnlijk ogen, een mond en een neus op. Wanneer wij iets menselijks zien, kennen wij het voorwerp onbewust direct ook menselijke eigenschappen toe. Door robots een menselijk uiterlijk te geven, bouwen wij gemakkelijker een band met ze op. Volledige imitatie van een menselijk uiterlijk kan echter averechts werken. De Japanse Hiroshi Ishiguro maakte zijn eigen dubbelganger als robot. Volgens hemzelf erg handig om in te zetten bij saaie vergaderingen, maar het ziet er toch wat beangstigend uit. Daarnaast zijn de verwachtingen vaak hoog als een robot er erg menselijk uitziet. Helaas zijn de robots vaak dommer dan wij verwachten, wat tot de nodige frustraties leidt. Hier zie je Ishiguro en zijn evenbeeld.

Mag je een robot pesten?

Robots op een menselijke manier benaderen, kan extreme vormen aannemen. Dit werd duidelijk toen iemand in Amerika een robothondje een schop gaf om zijn stabiliteit aan te tonen. Het regende vervolgens klachten bij de Amerikaanse dierenbescherming. Van mens tot mens zijn de omgangsregels vrij duidelijk. Nu de interactie tussen mens en robot toeneemt, worden de morele en ethische vraagstukken steeds belangrijker.

Ook al zijn robots levenloze objecten zonder bewustzijn, toch voelt geweld tegen robots voor veel mensen niet goed. Er zijn meerdere onderzoeken gedaan waarbij robots op openbare plekken zijn neergezet. Die blijken echter regelmatig geweld op te roepen bij zowel kinderen als volwassenen. Zie hieronder hoe kinderen een robot pesten en zelfs mishandelen. Moeten de daders opgepakt worden? En zo zijn er nog genoeg vragen die beantwoord moeten worden.

Robot wordt gepest

Alles bij elkaar hebben mensen nog genoeg te leren over de omgang met robots. Waarschijnlijk ontwikkelt de relatie tussen mens en robot net zo hard als de ontwikkeling van de robots zelf. Ongeacht of we in de toekomst met ze omgaan als gelijken of als hulpmiddelen, interactie met robots zal er altijd zijn.

Anne van de Loosdrecht is analist bij ftrprf en schreef dit artikel voor het thema Robotisering

Geef een reactie