Is knuffelen met zorgrobots onze toekomst?

Zoë Tuithof

Veel van mijn vrienden en familieleden werken in de zorg. De een kan er met kerst niet bij zijn, de ander gaat met oud en nieuw op tijd naar bed, en de volgende is afwezig tijdens het gala in de plaatselijke kroeg: ‘’Ik heb (dag- avond- of nacht)dienst.’’ Voor vele dokters, verpleegkundigen en andere zorgenden is dit de dagelijkse, onregelmatige realiteit.

Robots en werkdruk
En toch is dit nog niet genoeg: er zijn grote tekorten, er wordt veelvuldig overgewerkt en 1 op de 8 jonge zorgmedewerkers belandt in een burn-out door de hoge werkdruk. En dan hebben we het nog niet gehad over het schrikbarende feit dat 1 op de 3 jonge zorgmedewerkers oververmoeid thuiskomt. Dit, terwijl de vergrijzing nog in volle gang is en het personeelstekort blijft aanhouden. Reden voor paniek? Niet meteen. Robotisering kan uitkomst bieden.

Technologische zorg

In Japan is de vergrijzing nog problematischer dan in Nederland. Dit onder meer vanwege het grotere tekort aan zorgwerknemers. De lonen zijn laag en de fysieke en mentale werkdruk hoog. Japan ziet de oplossing van dit probleem inderdaad in robotisering. Zo zijn er onder andere exoskeletten die het werk van zorgmedewerkers, zoals het optillen van een cliënt vergemakkelijken, en ontwikkelt Panasonic een robotisch bed dat zichzelf kan transformeren tot rolstoel.

Routinerobots

Onderzoeksbureau McKinsey en IT-bedrijf Unit4 onderzochten de ontwikkeling van robotisering in de zorg. Unit4 stelt dat we, gezien de groeiende wereldbevolking, de noodzaak van robotisering moeten inzien: ‘’We redden het niet om al die monden te voeden zonder dat technologie taken van ons overneemt.’’ McKinsey voorspelt dat de inhoud van ons werk eerder zal veranderen dan verdwijnen – mensen kunnen waarde toevoegen aan functies die moeilijk te robotiseren zijn.

Zo zou ik me kunnen voorstellen dat in de toekomst robots de intakes kunnen doen, aan de hand van vraag en antwoord, of medicatie kunnen uitgeven aan de juiste personen. Daardoor houdt de menselijke zorgmedewerker meer tijd over voor andere taken. Werken in de zorg kan hierdoor weer leuker en minder stressvol worden. Ook Koen van Mensvoort (Next Nature Web) ziet kansen voor zorgrobots die tijd vrijmaken voor menselijk contact. Juist de zieke mens heeft behoefte aan authentieke menselijke verzorging. Wanneer robots administratieve en routineuze taken overnemen, komt daar ruimte voor vrij.

Communicerende robots

Mensen hebben van nature behoefte aan gezelschap. En ook daar zijn robots voor. Een voorbeeld is Pepper, een humanoïde robot die steeds vaker onder andere in de zorg wordt ingezet. De robot heeft een menselijke vorm en is uitgerust met gezichts- en spraakherkenning. Pepper kan met cliënten communiceren, ze entertainen en zorgen dat ze op de juiste locatie terechtkomen door met hen mee te ‘lopen’ (rollen). In Japan is Pepper al volop aan de slag, in Nederland is hij recentelijk ‘aangenomen’ als nieuwe werknemer bij de Archipel Zorggroep. Hij mocht zichzelf introduceren tijdens de nieuwjaarsreceptie.

Pepper stelt zich voor

Knuffelrobots

En het kan nog ‘closer’. Sony bracht een robotpuppy (Aibo) op de markt die cliënten mentaal kan bijstaan en voor therapeutisch gezelschap zorgt. Maar niet alle gezelschapsrobots hebben het uiterlijk van een glimmend, technologisch wezen. Zeehondenpup Paro en de robotkatten van Joy For All, bijvoorbeeld, zijn uitgerust met zachte haartjes, waardoor je ze kunt aaien en ze daar ook nog eens op reageren

 Loa Beyoncé vs. Aibo. Wie wint?

Robotica en emotie

De grens tussen kille technologie en warme menselijkheid lijkt steeds verder te vervagen. Zo zag mijn collega Leon tijdens een bezoek aan een klant Pepper met het hoofd naar beneden in een hoek staan; de batterij was leeg en hij stond op te laden. ‘’Pepper heeft straf,’’ grapte de receptioniste. Daarop reageerde de robot door op te kijken naar degene die zijn naam noemde. Leon kreeg op dat moment zelfs bijna medelijden met de robot, die zo mensachtig aandoet.

De moeder van collega Ineke zit in een verpleeghuis. Op de afdeling hebben ze voor 20 personen 1 robotkat. De kat is erg in trek, want als hij op schoot ligt, en je aait hem, begint hij enthousiast te spinnen. Zo enthousiast dat je het zelfs voelt. De kat miauwt tegen zijn ‘baasje’, ook als hij gewoon op tafel ligt of op een plank. Dat lokt uit tot meer aaien. Dat kan vaak niet, omdat de kat met zoveel mensen gedeeld moet worden. Ineke heeft verschillende mensen heel verdrietig zien worden als ze de kat moesten ‘inleveren’. Zij voelen zich ermee verbonden: het is geen robot, het is een huisdier! En daarmee nemen ze een functie over waar heel veel zorgmedewerkers geen tijd meer voor hebben: troost en huidcontact.

Gezamenlijke evolutie

Zo evolueert de mens met de ontwikkeling van robotica mee; naarmate de robot menselijker wordt, kan de mens gevoelens van empathie voor de technologische toepassing ontwikkelen. Of dit een goed teken is, mag ieder voor zich zeggen. Feit is wel dat robots kunnen ondersteunen bij zorgtaken die simpelweg uitgevoerd moeten worden, maar waarvoor we de mankracht niet meer kunnen vinden. En dat ze daadwerkelijk kunnen zorgen voor warmte en gezelschap. De tijd die met hun inzet wordt bespaard, kan straks misschien weer worden besteed aan familie met kerst.

Maximale empathie voor technologie

Zoë Tuithof is analist bij ftrprf. Dit artikel schreef zij op persoonlijke titel voor het thema Robotisering

Bronnen

Geef een reactie