Generaties in gesprek

Ik werd geboren tussen 1986 en 2000. Dat maakt mij een millennial. Het grootste deel van mijn vrienden is ongeveer even oud als ik. Om verschillende generaties te bekijken, moet ik het dus verder zoeken dan mijn eigen vriendenkring. En waar komen verschillende generaties nou beter samen dan op een basisschool? Ik ging – als rasechte millennial – in gesprek met groep 4/5. Oftewel: Generatie Z. Ik vroeg naar hun hobby’s, naar wat ze goed kunnen en naar de verschillen met hun juf en opa’s en oma’s. Om het beeld compleet te krijgen sprak ik hun juf, uit de pragmatische generatie, en de opa van één van de kinderen, een babyboomer.

Beeldschermpjes

Mijn eigen basisschooltijd is al wel een aantal jaar geleden. Als ik ’s ochtends de school binnenloop voor mijn gesprekken, vallen mij daarom direct de digiborden op. Technologie blijkt de kern van alle gesprekken die ik vandaag voer. Als ik vraag naar de hobby’s van de kinderen, roept een jongetje dat hij graag met Lego bouwt. De anderen kijken het liefst filmpjes op YouTube, spelen spelletjes op de iPad, en kijken naar vlogger Dylan Haegens. Het eerste dat bij juf Mathilde opkomt als ik haar vraag wat de kinderen heel anders doen dan zij, is dan ook: “Ze hebben allemaal beeldschermpjes.” De kinderen kunnen naar eigen zeggen inderdaad beter “op de iPad”, en ze geven de juf altijd tips over het digibord. Juf Mathilde is het met hen eens: “Ze zijn handiger met computers, toetsenborden, dat soort dingen.”

Geen mobieltje

De kinderen vertellen dat hun grootouders vaak niets snappen van mobiele telefoons en spelletjes op de iPad. Bellen lukt de meeste opa’s en oma’s gelukkig wel. De opa van één van de kinderen, meneer Henkens, is op school om voor te lezen. Het grootste verschil tussen hem en de kinderen: “Ze kunnen veel gemakkelijker omgaan met dingen als een mobieltje, met appen.” Ik vraag naar een bekend vooroordeel over babyboomers: ze zouden een technologische achterstand hebben. Het blijkt in dit geval te kloppen: “Ja, er is een achterstand, en dat blijft. Ik kocht pas op mijn vijftigste mijn eerste computer. En de ontwikkelingen gaan maar door. Maar ik heb tot op heden geen mobieltje. Dat is een keuze. ”

Acht seconden, vijf apparaten

Tijdens het gesprek met de kinderen klinkt het ineens: “Kijk, ze rennen rondjes buiten!” Gelijk draaien alle hoofden naar het raam. Weg aandacht. Ik vraag de kinderen of ze goed zijn in zich focussen. “Nee!” zeggen ze in koor. Dat generatie Z een spanningsboog van slechts acht seconden zou hebben[1], lijkt dus wel redelijk te kloppen. Gelukkig is de aandacht snel weer terug als ik begin over televisie kijken. Juf Mathilde had thuis geen televisie tot ze zeventien was: “Maar wij waren wel uitzonderlijk hoor, we kregen heel laat televisie.” De kinderen noemen juist veel voorbeelden van tv-kijken op verschillende apparaten tegelijk. Eén van hen zegt bijvoorbeeld: “Soms kijk ik Netflix op de iPad in het kleine schermpje, en dan ga ik tegelijk een spelletje doen. Dan game ik en dan kijk ik!” Twee anderen roepen dat ze zelfs vijf of zes schermen tegelijk kunnen bedienen. Ook dat kunnen ze beter dan de juf, vinden ze: “Die kan nog niet eens een telefoon en het digibord samen.”

Opa Henkens is niet goed in het tegelijk bedienen van verschillende apparaten: “Nee. Ik kan wel televisie kijken en een boek lezen, of in drie verschillende boeken tegelijk lezen. Maar ik vind dat je niet een filmpje kunt kijken op je mobieltje en een film op de televisie.” De spanningsboog van acht seconden verbaast hem dan ook niets.

Het leek mij persoonlijk ook vrijwel onmogelijk dat Gen Z-ers écht vijf apparaten tegelijk kunnen bedienen. Totdat ik thuis mijn broertje op de bank zag zitten – achttien jaar oud en dus op het randje van Generatie Z. Hij keek tv, scrolde op zijn telefoon, speelde een spelletje op de iPad en typte af en toe wat op zijn laptop. Allemaal tegelijk. Hij heeft geen vijfde apparaat; maar het had hem geen extra moeite gekost.

Als ik richting huis ga, zijn alle kinderen rustig aan het werk op hun tablet. Bij juf Mathilde staat een aantal kinderen met vragen. Als ze het niet snappen, hebben ze toch echt de uitleg van de juf nodig.

door Anne Clerx


[1] Generation Z: de ongrijpbare generatie.

Geef een reactie