Vergeten eenzaamheid

Ik had een gesprek met Karin Meijer, coördinator van Odensehuis Andante, een inloophuis voor mensen met (beginnende) dementie in Utrecht. Dat was niet toevallig, want zij heeft altijd nog de droom om met een eigen bedrijf iets met eenzaamheid te doen.

Karin: “Wat mij altijd opvalt, is dat mensen er zo vaak vanuit gaan dat eenzaamheid te meten is. Dat als iemand veel mensen om zich heen heeft, hij of zij niet eenzaam zal zijn. Dat is een enorme misvatting die de wereld uit moet. Veel sociale contacten zijn echt geen garantie.”

We komen uit bij de vraag of eenzaamheid eigenlijk altijd iets negatiefs is. En ook dat bleek stof tot nadenken.

Karin: “Ik denk dat als je bewust kiest voor eenzaamheid, het dan minder naar is. Je kan je afvragen of je dan kiest voor eenzaamheid of voor alleen zijn. Maar ik dacht laatst na over waarom je de eenzaamheid zou willen opzoeken. En hoe zich dat dan uit. Zijn bijvoorbeeld al die mensen die onverstoorbaar rondlopen met oortjes in echt alleen van hun muziek aan het genieten, of zonderen ze zich bewust af van constante prikkels en oppervlakkige contacten? Ik heb zelf wel periodes dat ik minder ‘sociaal’ ben, minder gezelschap zoek. Dat is dan juist omdat ik meer diepgang wil, meer kwaliteit dan kwantiteit. Omdat ik me bij die kwantiteit soms nog eenzamer voel dan wanneer ik amper iemand zou zien. Je hebt niets aan een heleboel contacten als je niet écht begrepen en gezien wordt.
Eenzaamheid kan iets tijdelijks zijn, maar ook in je persoonlijkheid besloten liggen. In beide gevallen kun je er bij vlagen doorheen breken, bijvoorbeeld door iets leuks te gaan doen met iemand of om door vrienden te maken, als je dat kunt. Maar het echt oplossen, dat is lastig. Je assertiviteit kun je trainen, maar hoe zit dat dan met eenzaamheid? Kun je die ‘wegtrainen’? Maar wat is dan eigenlijk de status waar je naartoe werkt? Wat is het tegenovergestelde van eenzaamheid?”

We praten nog een tijdje door over deze vraag. En we halen er zelfs nog iemand bij: de partner van een van de deelnemers bij het Odensehuis. Gezamenlijk komen we tot de conclusie dat het tegenovergestelde empathie en/of verbondenheid is. En laat dat nu een issue zijn bij mensen met dementie. Zij maken door hun ziekte steeds minder contact met de buitenwereld, bijvoorbeeld omdat ze door hun haperende geheugen conversaties niet meer kunnen volgen. Of omdat zij steeds verder terug ‘rollen’ in hun verleden, terwijl hun naasten naar de toekomst bewegen. De kloof wordt dan steeds groter en de verbondenheid steeds kleiner. Als dat geen eenzaamheid tot gevolg heeft….

Karin: “Het wrange van die eenzaamheid is dat er vaak aan wordt voorbijgegaan. Iemand reageert niet meer, of niet meer zoals jij gewend was. Dan zal de behoefte aan contact er ook wel niet meer zijn. Dat is echt niet waar! Het verandert alleen. Het contact wordt misschien minder verbaal. Mensen die echt ver in hun proces zijn, hebben vaak wat wel ‘huidhonger’ wordt genoemd; de behoefte aan contact door aanraking. Door iemand zachtjes aan te raken, kun je ‘lezen’ of diegene dat prettig vindt, want dat is natuurlijk wel een voorwaarde. Ontspant iemand helemaal, dan zit je goed. Hou dan bijvoorbeeld eens wat langer je hand op iemands schouder. En kijk iemand in de ogen. Ook dat schept verbondenheid. En echt niemand kan zonder.”

De partner knikt. Haar man is nog niet zo ver, maar hij ondervindt al wel dagelijks de verwoestende werking die dementie heeft op verbondenheid. “Je begint in een relatie als gelijkwaardige partners, je bent samen en je onderneemt dingen. Je praat met elkaar en bent op alle manieren verbonden. Als een van de partners te maken krijgt met dementie, wordt de ander automatisch een verzorger. Het contact wordt ingewikkelder, omdat je gewoon niet meer zo goed met elkaar kunt praten. Dan ontstaat die kloof binnen je relatie. Je bent in theorie niet eenzaam of alleen, maar in de realiteit wel. En reken maar dat dat pijn doet.”

Karin: “Het nare is dat mensen met dementie vaak niet meer kunnen uitleggen dat ze eenzaam zijn, behoefte hebben aan verbinding. Dat wordt nog versterkt als mensen gaan denken dat een gezellig praatje houden met iemand met dementie geen zin heeft. Het hele gesprek wordt toch vergeten. Maar dat is zo verdrietig. Als je bijvoorbeeld samen mooie herinneringen ophaalt, zijn die zo verdwenen, maar de emoties die erbij horen, blijven nog heel lang hangen. Iemand die alleen nog via de huid communiceert, kan zich het feit zelf achteraf niet herinneren, laat staan vertellen hoe fijn het was. Hij of zij zal zich wel nog een tijdje heel fijn voelen. Het zou geweldig zijn als mensen zich dat realiseren. Je kan dan zo eenvoudig iemand uit een isolement halen, al is het maar tijdelijk.”

Ikzelf denk aan de keren dat ik op de best zware verpleeghuisafdeling van mijn moeder regelmatig mensen even aai, ze aankijk, met en naar ze glimlach, al ken ik ze niet. Ik krijg altijd een glimlach terug, soms een kneep in mijn arm, soms ook gewoon een gesprek. Elke dag, de hele dag, loopt er een dame over de gang heen en weer. Kilometers. Soms heeft ze een gehaakte kat in haar armen. Omdat ik haar van begin af aan steevast heb begroet en tegen haar heb gepraat, nodigt ze me nu soms uit om een stukje mee te lopen. Arm in arm. En soms mag ik dan de kat vasthouden. Dat voelt als een megabeloning. En wat minder eenzaamheid voor de dame.

Vergeet jij niet om contact te blijven zoeken met mensen met dementie?

Karin Meijer en mw Tineke Krikke, Odensehuis Andante

Ineke Buijs, Ftrprf


Geef een reactie