Parkieten die zingen en het wonder van levende dingen

New Berlin, 1991. Daar begint het verhaal van Eden Alternative, een merkwaardig experiment. Een jonge arts genaamd Bill Thomas werd destijds medisch directeur van het Chase Memorial Nursing Home. Met zijn frisse blik zag hij wanhoop in elke hoek van het verzorgingstehuis. Er was injectie van leven nodig om eenzaamheid, hulpeloosheid en verveling te lijf te gaan. Om ‘de drie plagen’ te verslaan introduceerde hij al snel maatregelen. Ik geloof dat wij ons vandaag nog door het gedachtegoed van Thomas kunnen laten inspireren – om zo eenzaamheid te weren.

Eigenlijk waren de maatregelen simpel. Volgens Thomas was er leven nodig en daarom wilde hij levende dingen introduceren. Hij pleitte voor groen in elke kamer, voor een moes- en bloementuin, en voor dieren. Zijn overtuigingskracht zorgde ervoor dat het bestuur instemde met het plan om twee honden, vier katten, en één parkiet voor elke bewoner te introduceren in het verzorgingstehuis. Wat Thomas niet had voorzien, was dat alle honderd parkieten werden bezorgd terwijl de kooien nog niet waren aangekomen. Maar dat was niet eens de grootste uitdaging.

Dat bleek namelijk de strijd tussen twee wereldbeelden: was het zaak om de instelling draaiende te houden, of om een thuis bieden aan de ouderen? De opvattingen van het personeel stonden radicaal tegenover het idee van Thomas. Zij geloofden dat het tehuis primair bestond om gezondheid en veiligheid van ouderen te waarborgen. De introductie van dieren bracht juist risico’s met zich mee. Bovendien stond de wet het niet toe om in een verzorgingstehuis meer dan één dier te houden. Ook was er weerstand van verzorgenden om zorg voor de dieren op te pakken: het was niet hun verantwoordelijkheid om hondenpoep te ruimen.

Geleidelijk aan slaagde het personeel erin om ook voor de dieren te zorgen. Het werd een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het verzorgingstehuis te vullen met leven. Dat kwam deels doordat het al snel onmogelijk werd om het effect op bewoners te negeren. Onderzoekers vatten de effecten samen in cijfers. Vergeleken met een ander tehuis kregen de bewoners in Chase de helft minder medicijnen voorgeschreven. De kosten van medicijnen in Chase bedroegen slechts 38% van die van het controle-tehuis. En sterfte daalde met 15% over twee jaar tijd. Bewoners die zich volledig hadden teruggetrokken, boden zich bij de verpleegsters aan voor een rondje met de hond. Ook begonnen ze weer te lachen en te stralen. Ze gingen zorgen voor de parkieten die zo mooi zongen. Dat is het idee van Thomas over de kracht van levende dingen in een notendop.

Toen ik las over dit experiment vond ik twee aspecten bijster interessant. Ten eerste: hoe kunnen levende dingen, buiten menselijk contact, helpen om eenzaamheid verlichten? Het Eden Alternative bood bewoners in Chase de kans om zich vast te bijten in iets buiten hun eigen bestaan. Filosoof Josiah Royce beschreef in zijn boek The Philosophy of Loyalty deze fundamentele menselijke behoefte. Door meer dan slechts gehuisvest, gevoed, veilig en levend te zijn, zorgen we ervoor dat ons bestaan niet zinloos en leeg voelt. Met het experiment liet Thomas zien dat levende dingen dat ‘beetje meer’ kunnen bieden. Op een plek met verveling biedt iets levends spontaniteit. Op een plek met hulpeloosheid geeft iets levends de kans om te zorgen voor een ander wezen. En op een plek met eenzaamheid biedt iets levends gezelschap.

Een tweede vraag: hoe draagt de bestaande cultuur in organisaties en instellingen bij aan eenzaamheid? Het experiment van Thomas liet zien dat de bestaande cultuur en routines het moeilijk maakten om de drie plagen aan te pakken. Zorg voor levende dingen ging in tegen de opvattingen van de zorgverlener om de oudere veilig en zo gezond mogelijk te houden. Maar dit betekende veelal dat ouder worden in een verzorgingstehuis gepaard ging met de afwezigheid van een hoger doel. Terwijl de zorgverlener haar rol zo goed mogelijk probeerde uit te voeren, werd de oudere gereduceerd van mens tot klant of patiënt. Het Eden Alternative veranderde de opvatting zodat de oudere als bewoner of mens centraal stond. Zorg voor het dier betekende zorg voor het mens. Ouderdom was niet meer alleen een kwaal. Het was het begin van een nieuwe fase. Een fase met recht op leven. Waarin het mooi is om nieuwe verbindingen te kan gaan. Met plant, mens of dier.

Ook vandaag proberen we in ons leven onze rollen als verzorgende, klant, projectleider, patiënt, student, docent, buur, of familielid zo goed mogelijk uit te voeren. Maar terwijl we druk bezig zijn met het uitvoeren van deze rollen, vergeten we soms dat we allemaal ook mens zijn. Met daarmee een recht om de verbinding aan te gaan. Om de eenzaamheid – en de andere twee plagen – te weren. Wat ga jij proberen?

Michelle – 22/10/19

Bronnen:

Geef een reactie